WorkCity · WorkMatch

    De 23 beroepsvaardigheden achter WorkMatch

    Elke functie vraagt een eigen mix van vaardigheden. WorkMatch beoordeelt 23 beroepsvaardigheden op vijf niveaus en vergelijkt jouw profiel met duizenden functies — meetbaar, eerlijk en wetenschappelijk onderbouwd.

    Achtergrond

    Vijf categorieën, één meetlat

    De 23 beroepsvaardigheden zijn gegroepeerd in vijf categorieën: intellectueel, sociaal, motorisch, aandacht & werkhouding, en besluitvorming & flexibiliteit. Per vaardigheid wordt een score op vijf niveaus (0–4) gegeven.

    De waarderingsgraad per vaardigheid stijgt naarmate de complexiteit, frequentie en zelfstandigheid van de taak toenemen. Zo ontstaat per functie een herkenbaar vaardigheidsprofiel — en kan WorkMatch jouw profiel objectief vergelijken met meer dan 26.000 beroepen.

    Categorie 1

    Intellectuele vaardigheden

    1

    Logisch denken

    Oplossen van problemen via logisch-methodische redenering: probleem stellen, analyseren, stapsgewijs oplossen en kritisch toetsen. Hogere waardering naarmate de redenering complexer en zelfstandiger moet worden opgebouwd.

    2

    Rekenvaardigheid

    Uitvoeren van berekeningen, substitueren van grootheden in formules en kwantificeren van waarnemingen. Hogere waardering bij grotere frequentie, meer inzicht en complexere grootheden.

    3

    Technisch inzicht

    Oplossen van problemen rond ontwerpen, verbeteren, vervaardigen en onderhouden van objecten, mechanismen en installaties, inclusief het regelen en repareren van machines.

    4

    Organisatietalent

    Ordenen van eigen of andermans arbeid en materiële middelen tot een doelmatig functionerend geheel. Speelt in op onverwachte gebeurtenissen; heeft een dynamisch karakter.

    5

    Verbaal talent

    Mondeling of schriftelijk gedachten en gevoelens in woorden weergeven, en het begrijpen van anderen. Omvat productieve, receptieve én reproductieve verbaliteit.

    6

    Kunstzinnig talent

    Eisen aan expressieve of esthetische vormgeving. Omvat creatieve én reproductieve activiteit, en advisering of beoordeling van kunstuitingen.

    Categorie 2

    Sociale vaardigheden

    7

    Omgaan met anderen

    Directe wisselwerking met mensen: instellen op de ander, passende toon treffen en inlevingsvermogen tonen. Hogere waardering bij meer inzicht, variatie in contacten en richtinggevende invloed.

    8

    Zorg verlenen

    Medische, sociale en psychologisch-pedagogische zorg voor de medemens. Hogere waardering bij grotere variatie in problematiek, dieper inzicht en meer te overwinnen weerstanden.

    9

    Overtuigingskracht

    Bevorderen van zakelijke transacties of winnen van anderen voor een ideëel doel. Hogere waardering bij meer variatie, meer inzicht in individuele behoeften en weerstanden.

    10

    Persoonlijke presentatie

    Eisen aan uiterlijk: kleding, verzorging, stem en uitspraak. Vaak gecombineerd met "omgaan met anderen".

    Categorie 3

    Motorische vaardigheden

    11

    Handvaardigheid

    Beheersen van bewegingen van armen, handen en vingers: veelsoortig, snel, nauwkeurig en gedoseerd. Schrijfvaardigheid valt hierbuiten; kalligraferen wel.

    12

    Bewegingscoördinatie

    Onderling afstemmen van gelijktijdige of opeenvolgende bewegingen van twee of meer ledematen, onder controle van één of meer zintuigen.

    13

    Materiaalgebruik

    Aanvoelen van toepassings- en behandelingsmogelijkheden bij werken met materialen, gereedschappen en machines. Meer dan alleen materialenkennis.

    14

    Vormgeven

    Materiële realisering van objecten waarvan de vorm niet geheel door het gereedschap is vastgesteld. Essentieel: het werkstuk groeit zichtbaar onder de handen.

    15

    Ruimtelijk inzicht

    Voorstellen van ruimtelijkheden en schatten van afmetingen en maatverhoudingen, zowel twee- als driedimensionaal, op basis van beschrijving of tekening.

    Categorie 4

    Aandacht & werkhouding

    16

    Concentratievermogen

    Gedachten gericht houden op één object, waarbij storende invloeden buiten de waarneming worden gesloten. Alleen waarderen wanneer naast nauwkeurigheid of zorgvuldigheid extra concentratie nodig is.

    17

    Open aandacht

    Binnen een grote arbeidsruimte open staan voor diverse, onvoorspelbare, min of meer gelijktijdige gebeurtenissen die voor het directe werk van belang zijn.

    18

    Geheugen

    Onthouden van feitelijkheden in snel veranderende situaties, zonder mogelijkheid om te noteren. Betreft geen algemene vakkennis of cursusinhoud.

    19

    Ordelijk werken

    Overzichtelijk en systematisch opbergen van gereedschappen en materialen, ten behoeve van doelmatigheid en veiligheid. Verschilt van zorgvuldigheid: gaat om systematiek, niet om afwerking.

    20

    Nauwkeurigheid

    Benaderen van waarden (afmetingen, volumes, gewichten, tijden) binnen voorgeschreven toleranties. Betreft uitsluitend kwantificeerbare grootheden.

    21

    Zorgvuldigheid

    Zorg voor levende wezens, machines, gereedschappen, materialen en afwerking van producten. Gewaardeerd wanneer fouten tot aanzienlijke (directe of latere) schade leiden.

    Categorie 5

    Besluitvorming & flexibiliteit

    22

    Besluitvaardigheid

    Onder eigen verantwoordelijkheid beslissingen nemen. Beoordeeld op: belang van beslissing, mate van initiatief, snelheid/frequentie en mogelijkheid tot terugvallen op hogere instantie.

    23

    Omschakelingsvermogen

    In één functie diverse taken door elkaar uitvoeren en telkens van soort werk wisselen. Hogere waardering bij grotere afstand tussen taken, hogere concentratie en meer onverwachte wisselingen.

    Aan de slag

    Benieuwd naar jouw vaardigheidsprofiel?

    Doe de gratis WorkMatch beroepskeuzetest en ontdek welke functies écht bij jouw vaardigheden passen.