1. Logisch denken
Definitie:
Werkzaamheden, waarbij zich problemen voordoen die door logisch-methodische beredenering tot een oplossing dienen te worden gebracht.
Toelichting:
De logisch-methodisch beredenering omvat het expliciet stellen van het probleem en het analyseren daarvan, een stapsgewijze benadering van de oplossing en het kritisch toetsen van de juistheid daarvan.
Wil een gevolgde werkwijze voldoen aan de eisen van logisch denken, dan maakt het daarbij geen verschil op welk specifiek kengebied de problemen betrekking hebben, ook al bestaat er een groot onderscheid in de begrippenstelsels die voor de verschillende kengebieden zijn ontwikkeld.
Om de oplossing binnen een redelijke tijd te kunnen vinden wordt in de praktijk echter steeds een zekere basiskennis van één of meer begrippenstelsels vereist. De voor een functie vereiste scholing of studie kan dan ook een belangrijke indicatie zijn voor de waardering van dit aspect, maar beslissend blijft toch de mate waarin zelfstandig een logisch-methodische redenering moet worden opgebouwd.
De waarderingsgraad van dit aspect is hoger, naarmate een begrippenstelsel vollediger moet worden beheerd (naarmate de problemen van een hoger niveau of ingewikkelder zijn), alsmede naarmate de logisch-methodische redenering zelfstandig opgebouwd, ontwikkeld of uitgewerkt moet worden.
2. Rekenvaardigheid
Definitie:
Werkzaamheden waarbij gerekend en gemeten moet worden.
Toelichting:
Het gaat hierbij om het uitvoeren van berekeningen en het daartoe substitueren van grootheden in wiskundige formules, alsook om het schatten van in een bepaalde getalwaarde uit te drukken (kwantificeerbare) grootheden. D.w.z. het aangeven van de rangplaats van waarnemingen binnen een vastgestelde numerieke schaal.
De waarderingsgraad van dit aspect is hoger, naarmate kwantitatieve werkzaamheden binnen een zeker tijdsbestek veelvuldiger voorkomen, naarmate meer inzicht is vereist in de wijze waarop de grootheden in de rekenmethode moeten worden ingepast, alsmede naarmate over omvangrijker reeksen van grootheden of met betrekking tot grootheden met een meer complexe inhoud kwantificeerbare uitspraken moeten worden gedaan.
3. Technisch inzicht
Definitie:
Werkzaamheden, waarbij zich problemen voordoen die betrekking hebben op het ontwerpen, verbeteren, vervaardigen en in stand houden van doelmatig gevormde materiële objecten, mechanismen en installaties.
Toelichting:
Tot het aspect technisch inzicht behoort ook het regelen, besturen en repareren van machines, voor zover zich daarbij problemen voordoen die met begrip voor de bouw, de werking en het vermogen moeten worden opgelost.
Op uitvoerende werkzaamheden (zoals buigen, hakken, zagen vijlen, schaven, frezen enz.) is het aspect technisch inzicht slechts van toepassing, indien daarbij sprake is van een denkend begeleiden van de werkzaamheden.
4. Organisatie talent
Definitie:
Werkzaamheden, waarbij problemen moeten worden opgelost die betrekking hebben op het tot een doelmatig functionerend geheel ordenen van eigen of andermans arbeid en de daartoe dienende materiële middelen.
Toelichting:
Het organisatorische heeft een dynamisch karakter, daar het is gericht op het verkrijgen van een zo doelmatig mogelijk verloop van zaken.
Met betrekking tot het regelen van eigen arbeid dient te worden opgemerkt, dat het hier uitsluitend gaat om werkzaamheden, waarbij ingespeeld moet worden op onverwachte gebeurtenissen: dit zal dus doorgaans het geval zijn, wanneer daarbij weer invloed factoren vanuit andermans werk aan de orde zijn.
Leidinggevende werkzaamheden hebben dikwijls organisatorische componenten, maar daarnaast treden andere aspecten naar voren (met name contactuele).
5. Verbaal talent
Definitie:
Werkzaamheden, waarbij zich problemen voordoen betreffende het mondeling of schriftelijk weergeven van gedachten en gevoelens in woorden, en het begrijpen van door anderen gebezigde bewoordingen.
Toelichting:
Hoewel hier geen onderscheid wordt gemaakt tussen mondelinge en schriftelijke verbaliteit, is er wel verschil in de factoren die deze twee vormen van verbaliteit bemoeilijken.
Bij mondelinge verbaliteit is de moeilijkheid gelegen in de noodzaak van onmiddellijke formulering van het gesprokene; bij schriftelijke verbaliteit komt als verzwarende factor naar voren de beheersing van de vormgeving die aan grammaticale regels, spellingvoorschriften en stijlvoorwaarden is gebonden.
Naast de productieve en receptieve of begrijpende verbaliteit kan nog een reproductieve vorm worden onderscheiden. Daarvan is sprake in al die functies waarbij het gaat om het gesproken of geschreven woord in een juiste vorm te gieten, zoals dit voortkomt bij het uitwerken van een stenogram.
6. Kunstzinnig talent
Definitie: Werkzaamheden waarbij eisen worden gesteld aan de expressieve of esthetische vormgeving.
Toelichting:
Het aspect omvat naast de creatieve ook de reproductieve activiteit en heeft voorts ook betrekking op het beschrijven van – en het geven van een waardeoordeel over – kunstuitingen ten behoeve van derden, alsmede op allerlei werkzaamheden van adviserende of uitvoerende aard, waarbij het er op aankomt niet te zondigen tegen de goede smaak.
Bij kunstzinnige functies moet zoveel mogelijk de aard nog nader worden aangegeven door naast het aspect kunstzinnig talent ook andere aspecten te waarderen, zoals verbaal, vormgevend, handvaardigheid, voor zover deze de structuur van de functie nader bepalen.
7. Omgaan met anderen
Definitie: Werkzaamheden waarbij zich problemen voordoen betreffende de uit de functie voortvloeiende omgang met mensen.
Toelichting:
Het gaat hierbij om de directe wisselwerking met mensen die eisen stelt aan het zich instellen op de persoon van de ander en het treffen van de in de situatie passende toon, waarvoor het noodzakelijk is zich in de gedachten van de ander te kunnen verplaatsen.
De waardering van het aspect is hoger, naarmate de contacten een hogere mate van inzicht in de persoon van de ander vereisen, naarmate de veelvuldigheid en variatie van de contacten en naarmate het richtinggevend beïnvloeden een grotere rol speelt.
Hoewel het karakter van de contactualiteit vaak nog nader kan worden aangegeven door naast het aspect omgaan met anderen ook het aspect “zorg verlenen” of “overredingskracht” te waarderen, dient de waardering van deze drie aspecten onafhankelijk van elkaar te geschieden. Bij waardering van de aspecten “zorg verlenen” en “overredingskracht” zal echter vrijwel steeds tevens het aspect “omgaan met anderen” moeten worden gewaardeerd.
Het begrip “omgaan met anderen” is niet identiek met het psychologische begrip extravert (“vlot”, “spontaan”, ”naar buiten gekeerd”) gedrag. Tot het “omgaan met anderen” behoren ook het goed kunnen luisteren, het tonen van begrip, sympathie en belangstelling voor de ander, en het op representatieve wijze optreden, welke kwaliteiten ook bij meer naar binnen gekeerde (“introverte”) naturen sterk kunnen zijn ontwikkeld.
8. Zorg verlenen
Definitie: Werkzaamheden, waarbij zich problemen voordoen met betrekking tot de medische, sociale en psycholgisch-pedagogische zorg voor de medemens.
Toelichting:
De waardering van het aspect is hoger naar gelang de variatie in de problematiek groter is, naarmate er een diepgaander inzicht in het persoonlijke leven van die medemens noodzakelijk is en naarmate meer weerstanden tegen de aanvaarding van de hulpverlening moeten worden overwonnen.
Naast de waardering van het aspect “zorg verlenen” zal het aspect “omgaan met anderen” afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Hierbij kan het voorkomen dat naast een hoge mate van “zorg verlenen” een lage graad van “omgaan met anderen” optreedt, en omgekeerd.
9. Overtuigingskracht
Definitie: Werkzaamheden, waarbij zich problemen voordoen met betrekking tot het bevorderen van of bemiddelen bij zakelijke transacties of het winnen van anderen voor het ideële doel dat men voorstaat.
Toelichting:
De waardering van het aspect overtuigingskracht is hoger, naarmate de problemen in gevarieerder vorm voorkomen, naarmate er meer inzicht is vereist in de individuele behoeften en verlangens van de wederpartij, alsook naarmate meer inspanning wordt vereist teneinde weerstanden tegen de gedane suggesties te kunnen overwinnen.
Naast de waardering van het aspect overtuigingskracht zal het aspect “omgaan met anderen” afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
10. Persoonlijke presentatie
Definitie: Werkzaamheden, waarbij eisen worden gesteld aan het uiterlijk, vooral aan kleding, verzorging (make-up), stem en uitspraak.
Toelichting:
Uiteraard zal de waardering van dit aspect dikwijls samengaan met de waardering van het aspect “omgaan met anderen; persoonlijke presentatie wordt immers voornamelijk gevergd wanneer contacten met anderen een rol spelen.
11. Handvaardigheid
Definitie: Werkzaamheden, waarbij eisen worden gesteld aan het beheersen van de bewegingen van armen, handen en vingers.
Toelichting:
Aan de vaardigheid worden hogere eisen gesteld naar de mate van veelsoortigheid en ingewikkeldheid van de bewegingen, naarmate deze bewegingen sneller en nauwkeuriger moeten worden uitgevoerd, en naarmate de dosering van de met de hand te leveren kracht fijner genuanceerd moet zijn en hogere eisen worden gesteld aan het coördineren van handen of vingers.
Het simpele hanteren van voorwerpen waarvoor geen bijzondere vaardigheden zijn vereist wordt niet met handvaardigheid gewaardeerd.
Schrijfwerkzaamheden dienen niet met dit aspect te worden gewaardeerd, aangezien schrijfvaardigheid een dusdanig veel aangetroffen kwaliteit is, dat deze ten aanzien van de beroepenwereld geen differentiërende waarde heeft; kalligraferen echter dient wel met handvaardigheid te worden gewaardeerd.
12. Bewegingscoördinatie
Definitie: Werkzaamheden, waarbij eisen worden gesteld aan het onderling op elkaar afstemmen van gelijktijdige of onmiddellijk na elkaar volgende bewegingen van twee of meer ledematen onder controle van één of meer zintuigen
Toelichting:
Bewegingscoördinatie heeft niet alleen betrekking op ledematen als geheel, maar ook op onderdelen daarvan zoals de voeten, de handen en de vingers van beide handen of zelf van één hand.
13. Materiaal gebruik
Definitie: Werkzaamheden, waarbij eisen worden gesteld met betrekking tot het aanvoelen van de toepassings- en behandelingsmogelijkheden bij het werken met materialen, gereedschappen en machines.
Toelichting:
Materiaal gebruik houdt meer in dan “materialenkennis”: het is in feite een combinatie van materialenkennis en het aanvoelen van en reageren op de toepassingsmogelijkheden van materialen, gereedschappen en machines op grond van de gedragingen tijdens de bewerking.
Wanneer in een functie uitsluitend sprake is van materialenkennis, dient dit aspect derhalve niet te worden gewaardeerd.
14. Vorm geven
Definitie: Werkzaamheden, waarbij het gaat om de materiele realisering van objecten waarvan de vorm niet geheel is vastgesteld door het gebruikte gereedschap.
Toelichting:
De vormgeving kan zowel met de hand als machinaal geschieden, waarbij de machine een verlengstuk is van de hand.
Een essentieel element bij “vorm geven” is het onder de handen zien groeien van het werkstuk.
15. Ruimtelijk inzicht
Definitie: Werkzaamheden, waarbij het er om gaat zich een voorstelling te maken van ruimtelijkheden bij welke het schatten van afmetingen en maatverhoudingen een rol speelt.
Toelichting:
Anders gezegd: dit aspect heeft betrekking op het zich voor de geest kunnen halen van de uiteindelijke vorm, die objecten of zaken in de praktijk moeten krijgen.
Hierbij wordt meestal gewerkt aan de hand van een in woorden gegeven beschrijving of van een tekening. De ruimtelijkheid kan zowel twee- als driedimensionaal zijn.
Hoewel het schatten van afmetingen en afstanden in ruimtelijk inzicht ligt besloten, moet dit aspect niet worden gewaardeerd wanneer er sprake is van louter schatten alleen. Wil het schatten op ruimtelijk inzicht van toepassing zijn, dan moet het meer betrekking hebben op de vorm dan op de werkelijke afmetingen van een concreet object (dat meestal dan nog vervaardigd moet worden).
Het “schatten zonder meer” kan eventueel worden gewaardeerd met het aspect rekenvaardigheid.
16. Concentratievermogen
Definitie: Werkzaamheden, waarbij de gedachten op één object gericht moeten worden gehouden.
Toelichting:
Hierbij worden storende invloeden buiten de bewuste waarneming gesloten.
Wanneer werkzaamheden met een zekere mate van nauwkeurigheid of van zorgvuldigheid moeten worden verricht, eist dat veelal een daaraan beantwoordende mate van concentratievermogen. Voor dezelfde functie moet het aspect concentratievermogen alleen dan worden gewaardeerd naast de genoemde aspecten, wanneer naast de daarin opgesloten geconcentreerde aandacht nog andere concentratiemomenten in de functie voorkomen.
Indien taken voortdurend open aandacht vragen, is het mogelijk dat die open aandacht bij bepaalde werkzaamheden tijdelijk over gaat in een zekere mate van geconcentreerde aandacht ( bijvoorbeeld bij een kraanmachinist: tijdens het transporteren van de last en het vervolgens deponeren ervan). Naast “open aandacht” (voor het transporteren) moet “concentratievermogen” in zo’n geval ook worden gewaardeerd (en wel voor het plaatsen van de last). Het verdient evenwel aanbeveling ook goede nota te nemen van het hieromtrent vermelde in de toelichting bij het aspect “open aandacht”.
17. Open aandacht
Definitie: Binnen een betrekkelijk grote arbeidsruimte open staan voor allerlei voor het directe werk van belang zijnde gebeurtenissen, waarvan niet tevoren is aan te geven wanneer deze plaatshebben en die min of meer gelijktijdig kunnen optreden.
Toelichting:
Hoewel door het richten van de aandacht op de daarom vragende gebeurtenis de open aandacht over gaat in een tijdelijke geconcentreerde aandacht, moet voor eenzelfde feit niet nogmaals de geconcentreerde aandacht worden gewaardeerd, te meer daar deze concentratie veelal niet zodanig diep mag zijn, dat de functiebeoefenaar niet meer open staat voor eventuele gebeurtenissen op een andere plaats die van dringender aard kunnen zijn.
18. Geheugen
Definitie: Werkzaamheden waarbij eisen worden gesteld aan het onthouden van een aantal feitelijkheden.
Toelichting:
Deze feitelijkheden betreffen dikwijls gegevens die betrekking hebben op snel veranderende situaties, waarbij geen gelegenheid is één en ander te noteren of te schetsen. Bovendien geldt in de meeste gevallen, dat het gaat om een begrensd, relatief kort tijdsbestek, waarin de feitelijkheden een rol spelen.
Het onthouden van algemene kennis die nodig is voor het uitoefenen van de functie komt niet in aanmerking voor waardering met het aspect geheugen; het in opleidings- of cursusverband geleerde evenmin. Zo zullen bijvoorbeeld algemene veiligheidsvoorschriften, ofschoon ze toch onthouden moeten worden, niet met dit aspect kunnen worden gewaardeerd.
19. Ordelijk werken
Definitie: Werkzaamheden, waarbij ten behoeve van doelmatigheid en/of het voorkómen van ongevallen, eisen worden gesteld aan het overzichtelijk en systematisch opbergen van gereedschappen en materialen.
Toelichting:
Het aspect kan soms samen met het aspect zorgvuldigheid vóórkomen. In zo’n geval is het belangrijk om het verschil goed in het oog te houden: ordelijk werken heeft betrekking op het systematisch werken; zorgvuldigheid op het afwerken van produkten, c.q. het behandelen van materialen, gereedschappen en machines.
20. Nauwkeurigheid
Definitie: Werkzaamheden, waarbij het gaat om het zodanig benaderen van waarden, dat de resultaten slechts binnen zekere grenzen afwijken van hetgeen is voorgeschreven.
Toelichting:
Dit aspect heeft betrekking op afmetingen, volumina, gewichtshoeveelheden, tijden en machineafstellingen.
Om nauwkeurig werk te kunnen leveren is steeds een bepaalde mate van geconcentreerde aandacht vereist; voor zover die geconcentreerde aandacht onderdeel is van het nauwkeurig werken, wordt die geconcentreerde aandacht niet nogmaals onder het aspect concentratievermogen gewaardeerd.
Het spraakgebruikelijke begrip “nauwkeurigheid” is in veel gevallen niet identiek aan de hier gebruikte definitie, maar staat veelal voor het in dit kader gehanteerde begrip “zorgvuldigheid”. Bij het afwegen van de keuze tussen de aspecten nauwkeurigheid en zorgvuldigheid moet men zich dit wel realiseren. Nauwkeurigheid heeft, zoals reeds vermeld, uitsluitend betrekking op concrete, te kwantificeren grootheden, waarbij een bepaalde tolerantie in het geding is. “Benadering van waarden” wil zeggen dat de te bereiken waarde binnen die tolerantie moet vallen.
21. Zorgvuldigheid
Definitie: Werkzaamheden, waarbij eisen worden gesteld aan de zorg voor levende wezens, voor de instandhouding en de behandeling van machines, gereedschappen en materialen, en voor de afwerking van produkten.
Toelichting:
In het algemeen wordt zorgvuldigheid gewaardeerd, wanneer fouten tot aanzienlijke schade kunnen leiden. Dit betreft niet alleen directe schade, maar ook die welke na verloop van tijd kan optreden.
Die mate van zorgvuldigheid die reeds in het aspect nauwkeurigheid of zorg verlenen is verdisconteerd, dient niet opnieuw met het aspect zorgvuldigheid te worden gewaardeerd.
22. Besluitvaardigheid
Definitie: Werkzaamheden, waarbij onder eigen verantwoordelijkheid beslissingen moeten worden genomen.
Toelichting:
Bij de graadwaardering van het aspect besluitvaardigheid wordt op de volgende punten gelet:
- de belangrijkheid van de beslissingen
- de mate van initiatief
- de snelheid en frequentie waarmee beslissingen moeten worden genomen
- het al dan niet kunnen terugvallen op een “hogere instantie” (b.v. een leidinggevende).
23. Omschakelingsvermogen
Definitie: Werkzaamheden, waarbij in één functie diverse taken door elkaar lopen, waardoor telkens van de ene soort werk naar de andere soort werk moet worden overgeschakeld.
Toelichting:
Bij de waardering van omschakelingsvermogen moet worden gedacht aan combinaties van werkzaamheden, zoals typist – telefonist en horlogereparateur – winkelbediende, maar ook aan functies waarin plotseling veranderde situaties voorkomen, zoals politieagent.
De waardering is hoger naarmate de soorten werkzaamheden verder uiteen liggen, de concentratie op een taak groter is en de wisselingen vaker (onverwacht) optreden.
Het gaat bij omschakelingsvermogen om het onverwachte, het onvoorspelbare en het dynamische van de wisselingen in taken en de daarbij horende wisseling in vereiste vaardigheid.